عَنْ عُثْمَانَ رضي الله عنه قَالَ: سَمِعْتُ رَسُولَ اللهِ صَلَّى اللهُ عَلَيْهِ وَسَلَّمَ يَقُولُ:
«مَا مِنَ امْرِئٍ مُسْلِمٍ تَحْضُرُهُ صَلَاةٌ مَكْتُوبَةٌ فَيُحْسِنُ وُضُوءَهَا وَخُشُوعَهَا وَرُكُوعَهَا، إِلَّا كَانَتْ كَفَّارَةً لِمَا قَبْلَهَا مِنَ الذُّنُوبِ، مَا لَمْ يُؤْتِ كَبِيرَةً، وَذَلِكَ الدَّهْرَ كُلَّهُ».
المزيد
Othman ibn Affan, moge Allah tevreden zijn met hem , vermeldt het volgende: "Ik hoorde de boodschapper van Allah (vrede zij met hem), zeggen:
"Een enkele moslim die het voorgeschreven gebed bijwoont, zijn wassing zorgvuldig uitvoert en zich toegewijd buigt in gebed, zal vergeving vinden voor zijn eerdere zonden, mits hij zich niet bezighoudt met ernstige zonden. Deze vergeving blijft van kracht gedurende zijn hele leven".