عَنْ أَبِي بَكْرٍ الصِّدِّيقَ رَضيَ اللهُ عنه قَالَ:
نَظَرْتُ إِلَى أَقْدَامِ الْمُشْرِكِينَ عَلَى رُءُوسِنَا وَنَحْنُ فِي الْغَارِ، فَقُلْتُ: يَا رَسُولَ اللهِ لَوْ أَنَّ أَحَدَهُمْ نَظَرَ إِلَى قَدَمَيْهِ أَبْصَرَنَا تَحْتَ قَدَمَيْهِ، فَقَالَ: «يَا أَبَا بَكْرٍ، مَا ظَنُّكَ بِاثْنَيْنِ اللهُ ثَالِثُهُمَا».
[صحيح] - [متفق عليه] - [صحيح مسلم: 2381]
المزيــد ...
Aboe Bakr, moge Allah tevreden over hem zijn, zei:
"Ik keek naar de voeten van de ongelovigen, boven onze hoofden, terwijl wij ons in de grot schuilhielden. Toen zei ik: ‘O Boodschapper van Allah, als een van hen maar naar zijn voeten zou kijken, zou hij ons zeker onder zijn voeten ontdekken.’ Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘O Aboe Bakr, wat denk jij van twee mensen, van wie Allah de derde is?''
[Authentiek] - [Overeengekomen tussen al-Boekhari en Moeslim] - [Sahih Moeslim - 2381]
De Leider der Gelovigen, Aboe Bakr as-Siddieq — moge Allah tevreden over hem zijn — vertelde over het moment van de migratie: "Ik keek naar de voeten van de ongelovigen, boven onze hoofden, terwijl wij ons in de grot schuilhielden. Toen zei ik: ‘O Boodschapper van Allah, als een van hen maar naar zijn voeten zou kijken, zou hij ons zeker onder zijn voeten ontdekken.’ Daarop zei de Profeet (vrede zij met hem): ‘'O Aboe Bakr, wat denk jij van twee mensen, van wie Allah de derde is?''